Login Form

Mededelingen

KVVC op Google maps.

Noteer de datums voor de activiteiten / bindavonden 2015 alvast in uw agenda (zie de Agenda).

De Ronde Bleek

A&M fishing tackle

 

 

 

 

 
 
 

Grensmaas

Artikel Vincent Derks

Een stukje buitenland in Nederland.’ Zo wordt de Limburgse Grensmaas (Wikipedia)– die loopt vanaf de stuw bij Borgharen (nabij Maastricht) tot aan Roermond – vaak omschreven. De naam verraadt het al: deze grensrivier scheidt een groot deel van Limburg van onze zuiderburen. Het is een prachtige omgeving om in te vertoeven. Al helemaal bij een lage waterstand, als de Grensmaas door een soort van pittoresk verscholen dal stroomt. Vincent Derks verklapt je deze maand hoe je de Grensmaasbarbelen succesvol met de vliegenhengel kunt belagen. Op de Grensmaas vindt geen scheepvaart plaats – die wordt omgeleid via het Julianakanaal – waardoor er ook geen vaargeul aanwezig is. De rivier kent daardoor een enorme verscheidenheid aan stroomversnellingen, ondieptes, eilandjes en diepere geulen. Dit maakt het een ideaal leefgebied voor vriend Barbus barbus: een populair doelwit voor veel vliegvissers. Menigeen heeft ze wel eens gevangen tijdens een weekendje vissen in de Eiffel of Ardennen. Weinig vliegvissers weten echter dat de barbeel ook prima in eigen land te vangen is; in de Grensmaas.

LAGE WATERSTAND

Hoewel er in al onze grote rivieren (Waal, IJssel, NederRijn, Lek, Maas) met succes gericht op barbeel wordt gevist,is het door de diepte, stroming en gigantische waterafvoer praktisch onmogelijk om daar met je vliegenhengel aan de slag te gaan. De structuur van de Grensmaas is echter ideaal voor de vliegvisserij op barbeel. De enige factor die daarbij wel van cruciaal belang is, is de waterstand. Het waterpeil kan er enorm verschillen. Soms bedraagt het verschil tussen hoog water (vaak in de winter) en laag water in de zomer wel 6 meter! Ik raad je daarom aan om de waterstand van rgharen- Dorp goed in de gaten te houden. Dat kan bijvoorbeeld via www.actuelewaterdata.nl. Staat het water bij Borgharen laag genoeg – op of beneden de 3750 m boven NAP – dan is er in principe op de gehele Grensmaas goed op barbeel te vissen. Bij een hogere waterstand blijft er namelijk nog maar een zeer beperkt aantal stekken over waar nog te vissen is. IN

DE STROMING

Barbeel houdt van sterke stroming en stroomversnellingen. Deze stroomversnellingen hoeven helemaal niet diep te zijn. Regelmatig spotten we barbelen op water van nog geen 25 cm diep. Je ziet dan vaak de rugvinnen als een soort kleine vlaggetjes boven water uitsteken. Probeer dus stekken te vinden waar genoeg stroomversnellingen aanwezig zijn. Een goede hulp hierbij is natuurlijk Google Earth, waar de stroomversnellingen zich vaak als lichtergekleurd tot wit schuimend water aftekenen. Mik verder vooral op de zomermaanden, als het water meestal op zijn laagst staat en de barbeel ook het meest actief is.

LOODHAGEL
De barbeel is een échte bodemazer, dus is het heel belangrijk om ook je vlieg goed tegen de bodem aan te bieden. Vaak wordt er dan snel gedacht aan het gebruik van grote en zware tungsten nimfen. Onze ervaring leert echter dat het meestal effectiever is om een onverzwaarde nimf te gebruiken. Die brengen we dan naar beneden met een stevige loodhagel die op ongeveer 20 tot 30 cm boven de nimf is gemonteerd. Een onverzwaarde nimf ‘dwarrelt’ natuurlijker over de bodem dan een verzwaarde. Het is daarbij wel belangrijk dat de loodhagel zwaar genoeg is om ook in heftige stroomversnellingen
toch op de bodem te blijven. Tijdens de drifts moet je al vrij snel na het inwerpen de loodhagel over de kiezels voelen stuiteren. Voel je dit niet?
Dan vis je niet op de bodem en heb je een zwaardere loodhagel nodig. Blijf net zo lang verzwaren tot je de bodem voelt.
 
De VLIEG
De vliegen die we voor de barbeel gebruiken zijn eigenlijk vrij eenvoudig. Belangrijkste voorwaarden zijn: een scherpe en sterke haak, zo weinig mogelijk verzwaring (de vlieg moet natuurlijk niet blijven drijven, dus een klein beetje verzwaring hoeft geen probleem te zijn) en verschillende kleuren gebruiken. Bij hoog en/of troebel water zijn felle kleuren vaak succesvol, bij laag en/of helder water zijn natuurlijkere kleuren en patronen beter. Patronen die meestal goed werken zijn grote Czech nymps (maatje 8 tot 10), vlokreeften (maatje 10 en 12) en rode wormen (maatje 6 tot 10).
 
BEETVERKLIKKER
Om de beten te kunnen registreren, gebruiken we meestal beetverklikkers. Er zijn een hoop verschillende varianten, waarvan de meeste prima geschikt zijn voor het vliegvissen op barbeel. Er wordt vaak gebruik gemaakt van balsahouten verklikkers die je op de leader schuift. Dat werkt op zich prima. Zelf gebruik
ik als verklikker de laatste tijd ook graag een fluorescerend stuk nylon, waarin ik om de 6 gelegd. Dit stuk nylon heeft veel minder invloed op de
drift van de vlieg en monteer ik tussen de leader en vliegenlijn in. Bovendien is deze beetverklikker erg goed te zien in verschillende licht omstandigheden.
 
AAN DE SLAG
Het vissen werkt als volgt: settel jezelf aan de stroomafwaartse kant van de beoogde stroomversnelling. Je werpt bij iedere worp enkele meters 
stroomopwaarts. Gebruik hiervoor het liefst rolworpjes. Overhandse worpen kunnen namelijk gevaarlijk zijn in verband met de loodhagel(s). Uit eigen ervaring kan ik je vertellen dat het niet prettig is om een loodhagel op volle snelheid tegen je achterhoofd te krijgen. Probeer verder niet te vaak in de verleiding te komen om ver te werpen. Daarmee verlies je de controle over de drifts die je maakt en bovendien wordt je beetregistratie dan een stuk trager en lastiger. Gooi steeds enkele  meters stroomopwaarts en probeer meteen contact te zoeken met de loodhagels die over de bodem stuiteren door je hengel omhoog te tillen. Je tilt als het ware zoveel mogelijk vliegenlijn uit het water.
Dit voorkomt dat de drift van de vlieg door een wegslepende vliegenlijn wordt beïnvloed – dit wordt ook wel ‘drag’ genoemd – zodat de nimf een veel mooiere en natuurlijkere drift maakt. Een wat langere 9’6” of 10’ hengel (in aftma # 6 tot #8) is hierbij wel zo handig, omdat je de vliegenlijn dan makkelijker boven het water kunt tillen.

STROOMOPWAARTS
Probeer tijdens de gehele drift contact te houden met de loodhagel(s) die over de bodem stuiteren. Wanneer je beetverklikker blijft staan, sla je aan. In 90% van de gevallen is het een waterplant of een steentje waarachter je nimf blijft haken. Maar als 10% van alle vermeende aanbeten vis oplevert, dan heb je een goede dag. Sla dus altijd even aan met een korte tik. Is het niets, dan werp je gewoon weer opnieuw in.  Na iedere succesvolle drift zet je zelf een stapje of twee  stroomopwaarts. Op deze manier  vis je langzaam de hele stroomversnelling af zonder de vis die stroomopwaarts ligt meteen te verstoren. Het is een fantastische manier van vliegvissen in eigen land in een prachtige omgeving. Wat wil je nog meer?